Waarom boosheid ondergewaardeerd is

boosIk wil mij nog wel eens boos maken. Zoals vanmorgen, toen ik er achter kwam dat de gemeente voor de tweede keer een dossier had gesloten zonder dat het afgehandeld was. Ik heb geleerd niet te open te zijn over mijn boosheid, vooral omdat ik dan altijd belerende reacties krijg over waarom ik niet boos moet zijn. Boosheid is slecht voor je, levert niets op en is de oorzaak van alle ellende in de wereld. Ik heb zelfs gehoord dat je van boosheid kanker krijgt. Echt verlichtte geesten zijn vrij van deze negatieve emotie. Zelf heb ik boosheid altijd een uitermate waardevolle emotie gevonden. Ik zie ook regelmatig hoe mensen die deze emotie uit hun leven proberen te bannen hier een hoge prijs voor betalen. Maar waarom heeft boosheid dan zo’n slechte naam?

Slimmer met boosheid

Een reden is denk ik dat er geen onderscheid gemaakt wordt in intensiteit. Emoties kunnen variëren van bijna onmerkbaar tot overweldigend. Op een hoger niveau van intensiteit verliest het bewuste ik controle over het eigen denken en doen en neemt de emotie over (dit heet ook wel stuurvoorrang). Er is een verschil is tussen boosheid voelen terwijl je rustig aan het gemeenteloket staat en dingen doen waar je later spijt van hebt, zoals schuimbekkend met meubilair gooien. Intensiteit maakt een emotie overigens niet slecht, maar er zitten wel risico’s aan, een punt waar ik op terugkom.

Een tweede reden voor het slechte imago van boosheid is het misverstand dat emoties irrationeel zijn. Er zou een tegenstelling bestaan tussen een koud rationeel beslisproces en irrationele emotionele beslissingen. Twee decennia neuropsychologisch onderzoek hebben dit idee grondig onderuit gehaald (zie bijvoorbeeld Descartes Error van António Damásio). Elk beslisproces wordt uiteindelijk gedreven door wat we wel en niet belangrijk vinden en dit is in de basis een emotioneel proces. Die emotie stuurt ook inhoudelijk het beslisproces. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat met milde boosheid, mensen beter in staat zijn te onderscheiden wat wel en niet relevant is voor het issue waar ze tegenaan lopen. Boosheid kan ons dus slimmer maken.

Meer voor elkaar krijgen met boosheid

Ten slotte is er het misverstand dat negatieve emoties schadelijk zijn. Ik heb dit altijd een vreemde gedachte gevonden: miljoenen jaren evolutie rusten ons brein uit met tal van negatieve emoties, maar die zijn wel schadelijk voor ons. Dit is uiteraard niet hoe evolutie werkt. Alleen mechanismen die uitermate nuttig zijn blijven bestaan. Menselijke emoties zijn biologisch diepgeworteld en universeel, ook de negatieve. Het brein heeft zelfs een duidelijke voorkeur voor negatieve emoties. Er zijn meer negatieve dan positieve emoties en we herkennen boze gezichten in een massa sneller dan blije. Al die negatieve emoties zijn er omdat ze onze voorouders op allerlei manieren geholpen hebben. Een belangrijke functie van boosheid is je te beschermen voor misbruik door anderen. Wanneer iemand niet eerlijk tegen je is wordt je bijvoorbeeld boos. Die boosheid doet je beslissingen nemen hoe met de ander om te gaan. Het kan je bijvoorbeeld motiveren de confrontatie aan te gaan en je gelijk te halen, of niet meer met die ander om te gaan en zo verdere schade te voorkomen. Alleen door boosheid nemen we dit type beslissingen. Mensen die dit niet kunnen worden in de regel het slachtoffer van allerlei vormen van misbruik. Boosheid is ook een duidelijk sociaal signaal dat je serieus bent in wat je wilt. Bij het gemeenteloket was mijn boosheid zichtbaar, wat de ambtenaar een duidelijk signaal gaf dat ik mij niet met een kluitje in het riet zou laten sturen. Met wat boosheid krijg je vaak ook meer voor elkaar (al moet je natuurlijk wel goed weten bij wie).

Bozer worden door niet boos willen zijn

Als boosheid zo functioneel is, waarom heeft het dan zo vaak desastreuze gevolgen? De belangrijkste reden hiervoor is waarschijnlijk dat ons emotioneel apparaat geëvolueerd is om succesvol te zijn op de savannes van Afrika, niet voor onze moderne samenleving. Gewelddadige boosheid kon uitermate functioneel zijn voor onze voorouders, maar doet je bij ons in de gevangenis belanden. De hoge mate van regulatie in onze samenleving (zoals het geweldsmonopolie van de overheid) maakt intense emoties vaak problematisch. Dit is het probleem van mismatch: ons brein is niet geëvolueerd voor de moderne omgeving. Een ander punt dat hier mee samenhangt is zelfregulatie. Als sociaal dier is het belangrijk dat wij onze emoties kunnen reguleren. Evolutie heeft ons brein daarom uitgerust met mechanismen voor zelfregulatie. Onderzoek laat zien dat dit vermogen met stip de belangrijkste voorspeller is van succes in het leven, of het nu over relaties of carrière gaat. Mismatch maakt zelfregulatie nu belangrijker dan ooit. Als ik geen controle had over mijn boosheid, dan zat ik dit artikeltje nu op het politiebureau te tikken. Zelfregulatie is overigens iets anders dan onderdrukken (ik mag niet boos worden). Dat laatste heeft vaak het tegenovergestelde effect, dat de emotie sterker wordt. De meest fervente tegenstanders van boosheid die ik ken, heb ik ook meerdere malen in ongecontroleerde boosheid zien vervallen. Een beetje boosheid kan dus zeker geen kwaad, als je maar weet wat je er mee doet (de dossiers zijn ondertussen heropend en afgehandeld).


This entry was posted in Geen categorie and tagged , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to "Waarom boosheid ondergewaardeerd is"

Laat een reactie achter bij Marcel Dassen Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*